woensdag 19 juli 2017

Krullers


Er zat er vroeger één in de Koestraat.
Met zo'n gedraaid glazen licht aan de buitenkant.
Waardoor je wist dat daar een kapperszaak was.

Ik mocht op een grote leren stoel gaan zitten die met een pedaaltje aan de voet omhoog gebracht werd.
Een laken om de nek en een papiertje in de hals.
"Knippen en scheren mijnheer ?" vroeg de kapper dan.
Ook al wist hij was ik pas zes.
Waarna hij met een kwast mijn kin in-zeepte.
"Of laat u liever deze keer de baard staan?"
Waarna ik nee schudde en hij met een kam het schuim afschraapte.
Na het knippen liep hij dan om je heen met een zilveren fles met blaasbalg.
Zachtjes knijpend in de balg zodat er niets anders overbleef dan het nevelende mannenluchtje.
Dat rook de hele dag zodat men wist dat jij die dag naar de kapper was geweest.
"Lekker kort" zei mijn moeder dan als ik thuis kwam.
En ook geschoren zei ik dan.

Zij zelf gebruikte metalen krullers.
Gemeen ijzeren ronde cilindertjes die om het haar werden gedraaid en met spelden werden vastgezet.
Vaak ook ging er een verwarmde droogkap overheen waardoor ze op een astronaut begon te lijken.
Daar zat ze uren onder te lezen. De libelle of margriet, of een damesblad dat vertelde wie er elders met een andere niet van de drank wist af te blijven.
Die krulspelden moesten dan blijven zitten.
Vaak een dag of wat.
En soms ging ze er mee naar bed.
Waarop mijn vader vloekte.
Als het buiten regende werd een hoofddoek opgezet.
Dat was niets raar.
Overal op straat zag je vrouwen met dat soort hoofddoeken als het regende.
Met vaak net onder het randje de krullers nog zichtbaar daaronder.
Als de krullers er dan uitgingen werd er haarlak overheen gespoten.
Dan sneed de lucht je adem af, maar dat was nodig om mooi te zijn.
Tenminste dat zei mijn moeder.

Tegenwoordig zie je ze nooit meer die krulspelden.
Maar soms als ik een leuk Marokkaans meisje zie.
Met een hoofddoek om haar hoofd.
Kijk ik toch stiekem even of er misschien wat krullers onder zitten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten