dinsdag 8 juli 2014

Dienstplicht - 4

(Dienstplicht deel 4)
Op de dag dat de rest van de kazerne op weg ging naar Duitsland melde ik me aan de poort van het militair hospitaal in Utrecht.
Ik kreeg een kaki schort met open achterkant aangemeten waarin de halve manen bij weglopen duidelijk zichtbaar waren.
Ongetwijfeld, een feest voor de ogen.
Er was ook een bed voor me gereserveerd waarin ik onmiddellijk plaats diende te nemen.
Een uurtje later werd ik opgehaald en naar een kamertje gebracht waar mijn bloeddruk werd gemeten en verschillende vloeistoffen werden afgenomen.
Bloed in een glazen buisje en urine in een groen camouflage potje.
Het was tenslotte een Militair hospitaal.

Met een zaklamp werd ook nog even in beider neusgaten geschenen waarna ik een bemoedigend schouderklopje kreeg.
Komt goed jongen, komt goed.

De operatie zou de volgende dag al plaatsvinden.
Ik werd erheen gereden op een tafel. En in de operatiekamer kreeg ik een kapje op mijn gezicht.
Wil je van 1 tot 100 tellen vroeg de narcotiseur.
Ik kwam tot zeven.

De volgende gebeurtenissen zijn me medegedeeld.
De operatie was geslaagd. Mijn neus was opnieuw gebroken, rechtgezet en vakkundig verbonden. Op weg naar de herstel kamer echter kwam ik iets te vroeg uit de narcose.
In een adrenaline rush rukte ik het verband van mijn gezicht en mepte de te hulp geschoten arts met een rechtse directe tegen de grond.
Acht armen drukte me weer op de tafel. En een haastig spuitje bracht me weer onder zeil.
Provisorisch werd met pleistertape en verband mijn gezicht weer verbonden.

Ik werd hevig misselijk wakker.
Er zat iets van pleister en verband op mijn ogen waardoor ik niets kon zien. En uit mijn neusgaten kwam een slangetje die een fluitend geluid maakte bij uitademen.
Ik probeerde er een melodietje mee te snuiven maar was te misselijk.
Ik begon heftig over te geven en iemand duwde een schaal of emmer in mijn handen.
Een kwartier lang vulde ik deze met mijn maaginhoud.
Gaat het een beetje? Hoorde ik een meisjesstem tussen het overgeven zeggen.
Uitstekend hoorde ik me zelf zeggen, en met jou?
Niet wetende de eerste woorden gewisseld te hebben met mijn toekomstig echtgenote.

De misselijkheid duurde een dag.
De pleisters werden bij mijn ogen weggeknipt en de dagen daarop veranderde het zachtrood rond mijn neus en ogen in karmijnrood, blauwviolet, donkerpaars met ultramarijn neigend naar kobaltblauw.
Er zat een vijftien centimeter lange pleister over mijn neusbrug,
En daarnaast slingerde er uit elk neusgat een drie centimeter lange flexibele drainage slang waaruit van tijd tot tijd ondoorzichtige vloeistof druppelde.
Je begrijpt het vrouwelijke personeel was niet bij me weg te slaan.
En het avondmaal werd met lange armen aan mijn voeteinde neergezet waarna men zich uit de voeten maakte.
Het zou weleens besmettelijk kunnen zijn.

De zesde dag werd met een ruk de drainage uit mijn neus verwijderd.
Een klein deel van de rechterhersenhelft kwam daarmee naar buiten. Tenminste zo voelde het.
En een witgejaste luitenant scheen met een camouflage zaklampje in beider neusgaten.
Een bemoedigend schouderklopje volgde.
En toch komt het goed jongen. Waarschijnlijk... denk ik....
Vast wel...

maandag 7 juli 2014

Dienstplicht - 3

( Dienstplicht deel 3 )
Op de lagere school werd tijdens het speelkwartier mijn volle vaart gestopt door een Japans kinderhoofd.
Het Aziatische jongetje speelde onverstoorbaar verder maar mijn neus spoot bloed en was gebroken.
Gelukkig kwam juffrouw van Boeschoten toegeschoten met een propje wc papier en een pleister zodat ik snel weer verder spelen kon.
De jaren daarna groeide de breuk dicht tot een knobbel en stond het geheel wat scheef.
Ik vond het wel een soort van Bep van Klaveren en Mohamed Ali stoer.
En het kwam me later goed van pas.

Op de kazerne kwam de grote Duitsland oefening steeds dichterbij.
Ooit mijn moeder gek gezeurd om een typecursus te mogen doen kwam het behaalde typediploma me inmiddels goed van pas.
Het was me toen te doen om de prachtige typemachine.
Op elke toets een vrolijk gekleurd stickertje, en je kon er zelf brieven en verhalen mee typen.
Of zo'n FBI pasje mee maken, zoals op tv.
De bijbehorende lessen waren verschrikkelijk en toen ik na de tweede les wilde opgeven werd ik er aan mijn oren naar toe gesleept.
We hadden vrij simpele regels thuis. Je maakt af wat je begint. Desnoods onder dwang.

Hoe dan ook, toen er tijdens het appél gevraagd werd naar een type-vaardige soldaat, stak ik onmiddellijk mijn hand op.
Sindsdien tikte ik op kantoor bij de kapitein in 120 slagen per minuut de orders uit.
Ik wist daarom als eerste van de grote Duitsland oefening die eraan zat te komen.
En hoewel ervaren in het weglaten van mijn naam op de lijsten van veld en loopoefeningen, verwachte ik Duitsland niet te kunnen mijden.
Tenzij...

Een soldaat hoort natuurlijk fit te zijn en gezond van lijf en leden.
Een jaarlijks onderzoek op de Geneeskundige Dienst controleerde de gesteldheid van een ieder.
Meestal was het niet meer dan drie kniebuigingen een keer hoesten en een langgerekte AAAAAAAAAAAA met een stokje op je tong.
Maar dit keer beklaagde ik me over de stand van mijn neus.
Een lampje werd erbij gehaald en in een neusgat geschenen.
Oei hoorde ik zeggen. Dat kunnen we verhelpen. Man... dat moet je echt laten verhelpen.
Alle Jezus daar moet je echt wat aan laten doen.
Wauw, tering nou, echt… man.  Doe er wat aan.
Als je wilt, vier weken en dan lig je in het Militair hospitaal.
Ik moest er even over denken.

En precies vier weken voor de Duitsland oefening was ik eruit.
We moesten het maar doen...
Over vier weken zei u toch...

zondag 6 juli 2014

Dienstplicht - 2

(Dienstplicht deel 2)

Iedere ochtend was er kamerinspectie op de kazerne.
Stel je eens voor. De vijand heeft parachutisten gedropt.
Tanks staan aan de rand van Paleis Soestdijk.
En jij.., jij hebt geen gepoetste schoenen.
Onbestaanbaar, onacceptabel.
Dus werd elke ochtend de glans van de schoenen gecontroleerd.
De hoogte van de baardstoppels.
En de glans van de messing koppel, toen nog nodig om de dienstbroek op te houden.

Geoefend werd in de vrije natuur. Volgens de Duitse freier körper cultuur.
Wat zoveel betekend als. Plaats een tent. Graaf een greppel om de tent heen om overdadig regenwater te weren.
Graaf een kuil ter bescherming van lijf en leden.
Graaf een kuil voor het achterlaten van door het lichaam verteerde voeding.
Graaf een kuil, want er zijn nooit genoeg kuilen. (Nog jaarlijks als Duitse traditie op Noordzee stranden te bewonderen.)
Ga vervolgens in een kuil naar keuze wachten op de vijand.

Om van kuil naar kuil te bewegen gebuikte men de tijger techniek.
Plat op de buik met geweer vooruit beweegt men spartelbewegingen makend zich van kuil naar kuil.
Probeer hierbij het uiterlijk zoveel mogelijk in de natuur op te laten gaan.
En probeer de wellicht gewapende soldaat in de naderende kuil luidruchtig te benaderen.
Hoewel gewapend met losse flodders maakt zo'n geweer in zenuwachtige handen een hoop herrie.
Daarbij heb ik mijn oordopjes de eerste dag op de kazerne moeten nuttigen.

De nacht breng je als soldaat bij voorkeur door in een tweepersoons tent.
Een pub genoemd, met geen enkele referentie naar een warm behagelijke Engelse kroeg.
In het bos, dat men veld noemde, werd je dan weer om zes uur s 'ochtends gewekt, om een kuil te gaan graven.
Met gepoetste schoenen, gladgeschoren kin en glanzende koppelriem.
Bij een invasie later dat jaar zijn vierhonderd Russische  soldatenman verongelukt in een serie ogenschijnlijk willekeurig gegraven gaten.
Het was het grootste succes van de Nederlandse landmacht na 1945.

Dienstplicht - 1



(Voor mijn nieuwsgierige kinderen - 1)



Met een S5 kon je eronder uitkomen.

De dienstplicht.

Ik had geen broers die mijn plaats in konden nemen.

Maar het scheen zo te zijn, dat als je bij de medische keuring om de twee minuten in huilen uitbarstte en om je moeder vroeg.

Of avances maakte naar de sergeant majoor.

Je hoogstwaarschijnlijk met een medisch kenmerk van S5 ontslagen werd van al je dienstplichten.



Mijn strategie had geen rekening gehouden met vrouwelijk legerpersoneel.

De sergeant majoor was een net afgestudeerde frisse blondine die de hele dag avances afwimpelde als lastig stekende vliegen.

Plan B, het voortdurend veinzen van een huilbui, daarbij jammerend vragen naar mijn moeder zorgde ervoor dat ik bij de Genie werd ingedeeld.

Munitie ruimen, bruggen sjouwen en jerrycans vullen. Dat zou wel een echte kerel van me maken.

Een groene zakdoek werd me aangereikt om mijn tranen te drogen.



Het werd de Harskamp.

Ik was 21 jaar oud en twaalf treinhaltes en honderd en vier kilometer van mijn ouderlijk huis verwijderd.

Dat betekende alleen in de weekenden naar huis.



In een lange rij van bleke jongens werd de plunjebaal uitgereikt.

Een enkeling verzwolg als een gat in de grond onder het gewicht van de handig manshoge draagzak. Maar ik werkte al een paar jaar in de tropische kassen van Oirschot.

Er stond eelt op mijn handen dus ik kon nog zeker een kleine vijfentwintig meter lopen voordat ik onder het gewicht bezweek.

In de plunjebaal, kleding en gereedschap in groen bruin of kaki voor het voeren van oorlog in zomer en wintertijd.

Alleen twee oordopjes kwamen in een fel rood doosje mee.

Ik was er van overtuigd dat deze bedoeld waren om met onmiddellijke ingang te gebruiken.

Want steeds als iets niet volgens plan verliep schreeuwde een in groen geklede sergeant rood-doorlopen iets in mijn oor.

Mijn vriendelijke "wat zegt u" terwijl ik een zojuist geplaatst oordopje ont-plopte overtuigde me nog meer van de noodzaak.

Mijn oordopjes veranderen niet alleen het rood doorlopen geschreeuw van de sergeant in een vriendelijk mompelend gemurmel.

Het sloot ook nog eens de gehoorschelp volledig af voor het rondvliegend speeksel.
Wat prettig was de gehele weg slepend naar ons onderkomen in de barakken van de kazerne.

Mijn diensttijd was begonnen.

zondag 22 juni 2014

Tattoo

Een tattoo, ik moet een tattoo.
Waren ze vroeger nog voorbehouden aan zeevarenden en criminelen.
Tegenwoordig heeft iedereen ze.
Natuurlijk kreeg je vroeger bij de kauwgom nog wel eens plakplaatjes.
En kon ik op zes jarige leeftijd met een anker op mijn bovenarm prima doorgaan voor matroos.
 

Maar het was toch niet hetzelfde.
Daarbij was mijn moeder altijd in de buurt, om in de woensdag of zaterdagavond wasteil de ankers van mijn arm te boenen.


Inmiddels zie ik ze overal om heen.
Vrouw en kindernamen geëtst op bovenarmen van vaders.
Kleurige geweien boven bilspleten van jonge en oudere dames.
En rijtjes doorgestreepte meisjesnamen bij ervarener jongens.
 

Een tatoeage is natuurlijk voor altijd.
Dus je moet goed nadenken voor je zo'n ding laat "zetten".
Daarbij is de positionering belangrijk.
De naam van je vrouw of je vriendin op het voorhoofd laten etsen houd in ieder geval, bij scheiding, de barkruk van het vrijgezelle café rond je leeg.
Maar in de binnenkant van je hand je pincode of Facebook wachtwoord laten graveren kan reuze handig zijn.
 

Je kunt hem natuurlijk laten zetten op een plek waar verder niet veel mensen hem zullen zien.
Of iets ludieks op een plaats die juist veel mensen kunnen zien. Een grasmaaiend mannetje op de kale plek op je hoofd of iets dergelijks.
Chinese tekens zijn ook altijd leuk.
Tot in China aangekomen de naam van een pak rijst op je bovenarm blijkt te prijken.
Zoiets als het woord "bruine boterham" getatoeëerd te zien op de bovenarm van een Japanner.
 

Nee ik denk dan ik het simpel ga houden.
Simpel maar doeltreffend.
Ik zat zelf te denken een paar wijd geopende ogen op mijn oogleden te laten tatoeëren.
Kan ik rustig even een uiltje knappen na een nachtje doorhalen, op het werk.


donderdag 5 juni 2014

Snoeihard

Hoi schat, fijn dat je weer thuis bent, zegt mijn vrouw.

Kijk dat is nog eens een begroeting, antwoord ik.
Je man die de hele dag aan het werk is geweest, en die je daardoor zo moest missen.
Moest missen terwijl jij de gehele dag zonder mij alleen in dit grote huis door moest brengen.
Wachten en smachtend tot de sleutel in de voordeur zou worden gestoken.
En af en toe glurend de gordijnen opzij of ik niet toevallig wat eerder aan kom fietsen.
En dat je dan nog snel in de badkamer een zweem van parfum opgedaan hebt.
En onopvallend bevallig gedrapeerd op de bank met een boekje van de supermarktaanbiedingen zit te wachten.
Kijk dat vind ik nog eens lief, zo begroet te worden.

Zeker, zegt ze.
Want alleen krijg ik de vuilniszakken buiten niet getild.
Dus of je die twee even naar de stort wilt brengen.
En daarna de lamp in de badkamer wilt vervangen want die sprong vanmiddag.
En als je dat dan lief hebt gedaan, en het gras hebt gemaaid.
Dan eten we boontjes vanavond.
En mag jij de afwas doen.

Oh ja, de heg hoeft niet meer. Die is vanmiddag al geknipt.

dinsdag 3 juni 2014

Manuela

Op de speakers in de huiskamer vraagt Aretha Franklin om een beetje respect.
 

Hee pap heb je ook nog muziek van deze eeuw.?
Mijn jongste zoon is binnengekomen.


Beste jongen, begin ik.
Voordat muziek uit een doosje kwam en nog uit noten bestond in plaats van samples.
Toen house gewoon een Engels woord voor woning was.
Ver voor de tijd dat je je vriendin een bitch noemde, en als artiest minimaal twee jaar voor een drive by shooting in de gevangenis moest hebben gezeten.
Ver voor die tijd,
Werd er muziek gemaakt op echte instrumenten.
Houten dingen met snaren, toetsen en varkensvellen.


Om gitaar te kunnen spelen moest je oefenen tot je vingers bloeden.
Een vriendinnetje kwam pas om de hoek kijken als je achterstevoren Stairway to Heaven van Led Zeppelin kon spelen.
Dat is muziek die nu in liften en supermarkten gespeeld wordt.
Maar waarvoor je vroeger als je ouders ervan hoorde, vierentwintig wees je groetjes moest opzeggen als boetdoening.
Met je blote knietjes in een houten klomp.


Een drumstel begon met oefenen op een paar omgekeerde emmers die je bespeelde met washand omwikkelde stokken.
Alles om de buren niet te wekken en je ouders te laten geloven dat je je huiswerk aan het maken was.


Van je zelf verdiende geld.
Dat is geld wat je krijgt nadat je ervoor gewerkt hebt.
Kocht je na lang wikken en wegen en weloverwogen besluit je favoriete muziek.
Vervolgens ging je op je brommertje door weer en wind naar de platenzaak waar ze "jou" muziek verkochten.
Daar luisterde je eerst een stukje van de plaat die je wilde gaan aanschaffen, op een grote zwarte koptelefoon die je oren volledig bedekte.
Een langspeelplaat waarop die muziek stond, koste bijna twintig gulden.
Daar moest je drie weekenden voor auto's wassen.
Dus het was zaak met smaak een keuze te maken.


Oké, zegt mijn jongste, die glimlachend geluisterd heeft.
Dus jij speelt gitaar?


Hoe denk je dat ik anders aan je moeder ben gekomen, zeg ik.

Maar ehmm, nee.
Nog geen blokfluit.
En Aretha heb ik net gedownload van internet.
En voor jou de concertregistratie van "De toppers", Jaques Herb, kinderen voor kinderen en Frank en Mirella.

Dat zal je leren te spotten met je vaders muziekkeuze.