donderdag 7 november 2019

Schoentje

De laatste week van de vakantie is het niet vreemd om voor 7 uur s'ochtends in de huiskamer op de grond te zitten.
Gordijnen nog dicht. kleinkind op schoot.
Wijzend dierengeluiden makend vanuit een geplastificeerd boekje van Dick Bruna.
Bééééh zegt de geit, boehoe zegt de koe.
Kukelekuuuuuuh.
En aangekomen bij het laatste plaatje begin je gewoon opnieuw.
Dit kan zo een half uurtje doorgaan.
Waarna luidruchtig blokkentorens worden omgegooid.
En opnieuw een boekje wordt gelezen.
De buren informeren in de middag voorzichtig naar ons welbevinden.
Zulke vreemde geluiden gehoord vanochtend.
Want ja, ook bij hen kwam al vroeg alzheimer in de familie voor.


Vanuit Ibiza word dagelijks gebeld of ge-appt.
Geïnformeerd wordt naar de logerende dochter.
Consistentie van ontlasting wordt besproken.
Kleur, formaat en hardheid van de inhoud van een luier.
En de roodheid van billen.
Er is tijdens het avondeten een video belletje.
Een klein schermpje met ouders in zwemkleding die hun dochter missen.
Maar de dochter eet groene smurrie.
Groene smurrie met stukjes.
De stukjes vist ze weer uit haar mond. Bekijkt ze even aandachtig en stopt ze terug.
Op het schermpje wordt gezwaaid. Maar de stukjes zijn belangrijker.
Een smurrie hand wordt even op het beeldschermpje van de telefoon gedrukt als groet.
Waarna de aandacht zich verplaatst naar een vers schaaltje aardbeien.
De laatste van opa's tuin.
Die middag geplukt.
Een aardbei gaat zeven keer half kauwend in en uit de mond.
En de enige twee tanden voor in de mond doen hun werk.
Hap, slik.
Net zo lang naar het schaaltje wijzend tot het leeg is.


Het zijn er slechts twee.
Melktandjes in haar onder gebit.
Ze staan inmiddels afgedrukt in de zijkant van een aantal boekjes.
En in de onderkant van het tafelblad.
De rondlopende huisdieren zijn er ook van op de hoogte.
Eén keer met haar vingertje wijzen is genoeg.
De katten verblijven veel buiten.

Volgende week is haar verjaardag.
Als voorbereiding hierop hebben we de gehele week "hiep hiep hoera" geoefend.
En ja hoor ze steekt ergens halverwege de week haar handen in de lucht en roept aaaaaa.
We oefenen het succes nog een paar keer.
En ook de jongste zoon hiept hiept nieuwe chipsvoorraad halend even mee.
Gedurende de dag steekt ze een aantal keren spontaan haar handen in de lucht en roept aaaaaa.
Wij volgen met hiep hiep.


Een nieuwe baby pyjama moet gekocht.
Dus we wandelen door de stad opzoek naar nachtgoed.
Op de weg terug missen we een schoen.
Alle winkels worden terug bezocht en gangpaden nagezocht.
Catootje steekt haar armen in de lucht en roept aaaaaaa.
We volgen met hiep hiep, maar zijn niet blij.
We kennen onze dochters smaak.
Die heeft ongetwijfeld in baby design winkeltjes weken gezocht naar de uiteindelijk vast peperduur aangeschafte schoentjes.
Typisch iets voor ons om er één kwijt te raken.
Het merk wordt in het overgebleven schoentje opgezocht.
En thuis googelen we net zo lang tot we ze gevonden hebben.
Ze zijn inderdaad exclusief en prijzig, maar wat boeit het alles voor ons kleinkind.
De volgende dag worden ze per express dienst thuis bezorgt..
Crisis bezworen.


Vrijdag is het weerzien met de ouders in Amsterdam.
Catootje zit in bad als haar ouders om een hoekje kijken.
Dat ging van Schiphol rechtstreeks in een verkeersovertredende vaart naar de Amsterdamse badkamer.
Tijdens een pizza praten we even na.
Wat een mooie nieuwe pyjama zegt mijn dochter.
Past toch leuk bij het vestje en die schoentjes die ik op marktplaats kocht.
Kijk dan, toch net als nieuw die schoentjes.?
Vijf eurootjes.
Geen geld toch.?

zondag 21 juli 2019

Bonen

Er zijn nog steeds mensen die geloven dat de aarde plat is.
Dat er nooit een mens op de maan heeft gestaan.
En dat Gods lot beschikt over je niet tegen polio gevaccineerde baby.
Op zich zijn er goede redenen anders te denken dan andere.
Het kan soms leiden tot nieuw inzicht.
Maar meestal leid het tot teleurstelling.
Mijn doperwtjes doen het, het best gezaaid in mei.
Toch probeer ik soms eind juli nog wel eens een rijtje.
De sla is geoogst en zonde de vrij gekomen ruimte niet te benutten.
Op het doosje met zaai erwten staat april, mei.
Maar gezaaid en bewaterd komen ze ook eind juli boven de grond.
De niets met klimaatverandering te maken weken van tropische temperaturen (net als de maanlanding een verzinsel) maakt er snel een eind aan.
Een erwten plant houd niet van warm.
En doet kwarrend nog een beetje zijn best wat vrucht te werpen.
Maar het wordt niks.
Een eetlepel verschrompelde mini erwten wordt geoogst, en beland in de groene kliko.
Keurig bij het gescheiden afval.
Om een (mocht er toch een kern van waarheid zijn) volgende klimaatverandering te voorkomen.


Wat wel lukt zijn de sperziebonen.
Geen nut deze een tweede keer te zaaien. De eerste oogst is al overweldigend.
En wordt doorlopend ververst.
De maanden juli en augustus en stukje van september wordt er dan ook bij ons elke dag bonen gegeten.
Het ontbijt begint met pap met bonen.
Tussen de boterham met kaas zitten bonen.
En elke avond staan er bonengerechten op het menu.
En nog wordt de oogst niet weggewerkt.
Veel bonen eten leid tot flatulentie.
Door gisten en bacteriën in de maag.
Maar gezellig met zijn allen winden latend, dood het muggen en houd het ongewenste visite buiten de deur.


Mijn vrouw en kinderen wensen mij zo langzamerhand een andere hobby toe.
Een waarbij zij niet steeds het resultaat hoeven op te eten.
Maar het milde klimaat heeft tot superbietjes geleid.
Een paar honderd knollen voor het winterseizoen kunnen bijna geoogst.
Heerlijk op de boterham.
En amper gistend in de maag.

zondag 3 maart 2019

Carnaval

Het zal niet algemeen bekend zijn, maar ik ben van beneden de rivieren.
Een zuiderling geboren en getogen in de streken waar de GEE zalfzacht gezongen over de tong rolt.
Ik hou dan ook, net als mijn mede zuiderlingen van een feestje.
Een nieuwe broodrooster gekocht?.
Je zult me moeten tegenhouden niet met vers geroosterde boterhammen hangend aan de oren een polonaise te beginnen.
Het is niet iets dat ik tegen kan houden.
Het is mijn Brabantse bloed.
Als baby reeds was ik bij elke Carnaval optocht aanwezig.
Verkleed in een traditionele boeren kiel werd ik op de dichtstbijzijnde praalwagen gehesen.
Waarna mijn moeder het plaatselijke cafe in dook.
Aan het einde van de optocht werd ik er weer afgehaald en in een baby draagzak verder van feestje naar feestje vervoerd.
Dat was nog een hele prestatie, want ik woog reeds 8 pond bij geboorte.


In de vierde klas (groep 6) werd ik voor het carnavals feest verkleed als piraat.
In mijn vuist hield ik een bedrieglijk echte haak, en met arm ingetrokken en de mouw over de hand gemoffeld leek het net een echte prothese.
Een snor en baard werd met de as van een verbrande wijnkurk onder neus en kin getekend.
En een zwart lapje ging voor het oog.
Mijn moeder weigerde ondanks mijn aanhoudend gezeur een levende papegaai aan te schaffen voor op mijn schouder.
Er waren wel nog wat vogeltjes van de kerstboom over dus het werd een witte kanarie die op mijn schouder werd geprikt.

De ranja vloeide rijkelijk op het carnavalsfeestje.
Blijvend in mijn rol viel het niet mee met een haak de beker aanmaaklimonade naar de mond te brengen.
Dus ik bleef dorstig.


Gertje van Gompels ouders hadden een dierenwinkel.
Een groene ara zat pindanootjes te eten op zijn schouder.
Ook hij had besloten als piraat te komen.
Voor het feestje had zijn moeder een been afgezet.
Het was nog wat pijnlijk maar dat verhoogde het effect van het houten been alleen maar.
Een als Pipi Langkous verklede Kitty Oskam voerde zijn papegaai.
Ik was al vanaf de eerste klas verliefd op haar, en stinkend jaloers.
Dat moest dus de volgende carnaval beter.


In de vijfde klas maakte vierentwintig afgewikkelde rollen toiletpapier van mij een mummie.
Een enorm succes op het carnavalsfeest.
Al is het handiger niet door de regen reeds verkleed naar het feest op school te lopen.
Beter is het ter plaatse het kostuum aan te trekken.
Zowel op school als thuis waren de weken daarna ter kuising kranten op het toilet aanwezig.


De jaren opvolgend werden de carnavals feestjes in wisselende kostuums doorgebracht.
De meest memorabele was dat ik verkleed als vrouw een pittige lesbienne aan de haak wist te slaan.
De affaire duurde 4 dagen.


Inmiddels woon ik reeds meer dan de helft van mijn leven boven de rivieren.
Hier begrijpt men Carnaval niet.
Het bestaat nauwelijks.


De rood gelakte pumps waren te klein zodat de hiel erbuiten stak.
Enige overredingskracht was nodig te verklaren waarom mijn vrouw mij daarin deze week aantrof.
Hoewel het pliche rokje en beha nog de meeste uitleg behoefde.
Heimwee naar carnaval.
Al moet ik zeggen dat het rokje mij beeldig stond.

zondag 10 februari 2019

Thierry

Er is een nieuwe film uit van Robin Hood.
Van Amerikaanse makelij deze keer.
Ik was altijd gek op Robin Hood.
Naast Floris, Ivanhoe en Tierry de Slingeraar was het een held uit mijn jeugd.
Onder de 50 heb je geen idee waar ik het over heb.
Maar vijftigers kennen de in zwart wit uitgezonden jeugdseries ongetwijfeld nog heel goed.
Ze werden in de jaren zestig op de school vrije woensdag middag uitgezonden.
En de dagen daarna nagespeeld op straat.
Thierry de Slingeraar was de beroemdste bij ons op school.
Het was een gespierde jongeman die met een katapult Robin Hood achtige avonturen beleefde.
Het joch had donker zwart sluik haar met dikke wenkbrauwen en liep altijd in een kort ge-mouwd shirtje rond met daaronder een maillot.
Alle meisjes zwijmelde weg bij het joch, dus hij stond bij ons jongens hoog in aanzien.
Zo'n katapult was eenvoudig na te maken van een oude binnenband.
Je knipte daar ringetjes van die je vervolgens aan elkaar knoopte.
In het laatste ringetje ging dan een kiezel, en met het elastiek ding schoot je vervolgens op alles wat los en vast zat.
De halve school had last van plots optredende lekke banden.
En overal zag je de zwarte katapulten verschijnen.
Ik zelf had twaalf punaises nodig.
De twee lege banden waren niet meer te plakken en werden hoofdschuddend door mijn vader vervangen.
Ze maakte uit de vuilnisbak gevist een moorddadig mooie katapult.
Met mijn coltrui ontdaan van kraag en mouwen, en daaronder de maillot van mijn zus, moest het slingerend op straat toch bij de meisjes gaan lukken.
Het zullen mijn in fluoriderend roze strak geaccentueerde benen geweest zijn.
Hoe dan ook veel succes bracht het niet.


De nieuwe Robin Hood film heeft vooral veel ontploffingen.
Wilde achtervolgingen die een dun verhaaltje proberen te maskeren.
En Robin draagt een broek.
Het is geen succes.


Op de televisie die week een onderwerp over Floris.
De serie uit mijn jeugd met Rutger Hauer in de hoofdrol.
Op kasteel Doornenburg spelen dikke vijftigers verkleed als middeleeuws soldaat de serie uit hun jeugd na.
Er wordt in zwart wit gefilmd om de authenticiteit te verhogen.
Een plompe vrouw op een doorbuigend paard wordt bevrijd door corpulente mannen in een maillot.
Er gaat een mobieltje af.
De scene moet zes keer over.
Het komt geen moment in de buurt van het origineel.

zondag 20 januari 2019

Winter

Winter 2019.
Het zal me wat.
Verkeers-infarcten als het één graadje vriest.
Compleet ontregeld treinverkeer omdat er bevroren rijp zit op een bovenleiding.


Nee dan vroeger.
Vroeger had je tenminste echte winters.
Baande je je al scheppend een weg door de sneeuw naar
school.
Was er elk jaar een Elfstedentocht.
Na drie dagen strenge vorst.
Moest je losgebikt worden als je buiten stond te wildplassen.
Je paste bij het afzetten van je muts op dat er niet een oor aan bleef plakken.
En menig zwart afgevroren teen bleef achter in een sok.


Ja vroeger.
Dat was andere koek.
Daar duurde een winter tot begin juni.
Werd er de hele zomer hout gehakt.
En stookte men alles wat maar branden kon.
De kraan was altijd bevroren.
Dus je nam je bad in een wak van de sloot.
Afdrogen met een planken handdoek, en dan voor de tv, haartjes nat, Swiebertje kijken.
Elke dag was er erwtensoep.
Die sneed moeder dan in plakken.
Ook voor s' ochtend op je boterham.
Met als je lief was een bevroren stukje worst daarbij.
Vader was s' winters altijd thuis.
Brandweerman.
"Mee ijs kunde nie blusse", zei die dan.
Terwijl hij een paar meubelstukken tot houtjes hakte.
Ja de winters van vroeger.
Wie verlangt er niet naar terug.
Toen er nog karakter werd gekweekt.
En schimmel in de badkamer.


Toen maakte men nog spullen die altijd bleven werken.
Reed je veertig jaar in dezelfde auto.
En kocht je één keer in de tien jaar eens een nieuwe onderbroek.


Nee dan de huidige tijd.
Mijn vier jaar oude verwarmingsketel heeft het begeven.
Er knippert een hinderlijke ledje met de mededeling 'fout opgetreden' op het console.
En uit de kraan komt alleen maar koud.
Kleine wolkjes stoom uit mijn mond die avond op de bank tijdens "the voice".
Een vliesje ijs op het water in mijn bad.
ik had ook deze zomer hout moeten hakken.
Nooit in het verleden geleerde lessen vergeten.

De monteur komt pas morgen.
"Ben je gehecht aan het kastje in de gang?" informeer ik met bijl in de hand..
Ik heb het koud.

dinsdag 1 januari 2019

Voornemens

Eigenlijk heb ik er een hekel aan.
Goede voornemens.
Er komt meestal niets van terecht.
De buikspiertrainer staat al jaren stof te verzamelen op de zolder.
En ik heb het nieuwe trainingspak één keer aangehad.
Ze hebben zeker een halve kilometer gerend mijn nieuwe sportschoenen.
Om hoesten terug wandelend in een doos te belanden.
Nooit meer aangetrokken.
Het is niet het gebrek aan wilskracht.
Want als ik iets echt wil gebeurt het.
Een familie-zak paprikachips bijvoorbeeld.
Pure wilskracht die op een avond leeg te eten.
Een avond "Boer zoekt vrouw" met mijn echtgenote meekijken.
Pure wilskracht.
Een voor de grap ooit van vrienden gekregen legpuzzel met duizend stukjes, close-up van een wolkeloze hemel.
In een weekje gelegd.
Gefotografeerd met een lachend gezicht daarboven, om naar de gulle gevers te verzenden.
 

Het zijn de dingen die moeten die meestal wel lukken.
De zogenaamde "need to haves".
Het zijn de "nice to haves" die goede voornemens behoeven.
En stranden in goede bedoelingen.
 

Mijn "nice to have" lijstje voor dit jaar.
Zes kilo afvallen.
Haar tot op de bilnaad.
En niet daarin.
Al mijn groenten van eigen tuin.
Eind januari een vers gespit onkruid veldje.
En de conditie van Ebke.


Mijn "need to haves".
Meer tijd voor en met mijn dierbaren.
Om samen de volgende jaarwisseling in goede gezondheid nieuwe lijstjes te kunnen maken.


Voor iedereen een goed 2019.
Veel wilskracht gewenst.

woensdag 26 december 2018

Uw bezorger...

De donkere dagen zijn heerlijke dagen.
De middenstand rekent op een besteding van een dertiende maand, dus er wordt druk gefolderd.
Mevrouw van Hest en ik zijn gek op die folders.
Om geen koopje te missen bladeren we de vele pakketten met kleurige aanbiedingen driftig door.
Het is ook de enige post die we nog krijgen deze dagen.
De kerstkaartjes worden tegenwoordig digitaal verstuurd.
Via een groeps-watsapp met een van internet gestolen afbeelding van een vrolijke kerstman.
En een nietszeggende standaard tekst daarbij.
Of je krijgt weer een filmpje toegestuurd waarin de hoofden van een vrolijk dansend stelletje zijn vervangen met die van de afzenders.
Ja het zijn fijne creatieve tijden.
Kijk de beddengigant heeft matrassen in de aanbieding zeg ik dan tegen mijn vrouw, terwijl we de schier eindeloze hoeveelheid foldertjes doorbladeren.
En heb je die van de "op is op shop" gezien. Zes flessen paarse shampoo voor een habbekrats.
Nu heb ik zelf, net als bij Dreft, aan een druppeltje genoeg. Maar toch het zijn nuttige koopjes.
Het zijn ook de dagen dat op de meest onhandige tijden de deurbel gaat.
De jeugd heeft blijkbaar nog niet de voordelen van whatsapp ontdekt en spreekt uit ons persoonlijk fijne feestdagen toe te wensen.
Een kaartje wordt je in de hand gedrukt, met een pakketje folders.
De bezorger van... wenst u fijne feestdagen staat er dan op zp'n kaartje te lezen.
In eerste instantie drukte ik dan zo'n kind overmand door emoties hartelijk de hand om hem hetzelfde toe te wensen.
Met de gedachte dat het wel goed komt met de jeugd die de moeite nemen hun clientèle persoonlijk langs te gaan.
Maar ik begreep van mijn echtgenote dat het de bedoeling is zo'n kind dan een beloning mee te geven.
Een extraatje voor alle moeite ons te voorzien van ongevraagde aanbiedingen.
En nee een gift in de vorm van een mandarijntje zou hierbij niet gewaardeerd worden.
Dus moest ik naar de bank om contant geld te halen.
Want de van Hestjes doen alles met pin.
Hondertwintig kilometer voor ik het eerste filiaal vond.
Daar keek men mij vreemd aan.
"U wilt contant geld.??"
Men ging kijken in een stoffige kluis hoe dat er ook weer uitzag.
Inmiddels heb ik een slinger in de kamer hangen met daaraan alle ontvangen bezorgerskaartjes.
Het zijn er zeker dertig, terwijl ik zoveel folders nooit ontvang.
Maar de jeugd is creatief en heeft de printer en de copy shop ontdekt.
Daarbij een beetje kattenkwaad heb ik altijd wel kunnen waarderen.
En het hangt zo vrolijk al die persoonlijke boodschappen.


Voor allen die (nog) geen kaartje gekregen hebben.
Langs deze digitale weg.
Fijne feestdagen.