Toen ik zestien was ging ik met een vriend op
een fietstocht naar Luxemburg.
Dit was naast het schoolreisje naar het
drielandenpunt en het bezoek aan een frietkot in Belgisch Poppel mijn
eerste buitenlandse reis.
Beetje buitenlands dan, want
we konden ons overal met onze Hollandse mond verstaanbaar maken. Ik
herinner me vooral de vele plaatselijke pintjes en zware berg-etapes en
het uitzicht bovenop de "bergen" dat in niets leek op het verre vlakke
Nederland.
Het echte buitenland kon je zien op mooie plaatjes op de
televisie en in de verhalen van klasgenootjes die naar Tormelinos of
Benidorm waren geweest met tent of caravan.
Ik was vijfentwintig toen ik
voor het eerst in een vliegtuig stapte. Naar Portugal, waar ik in drie
weken zo verkleurde dat ik teruggekomen als gastarbeider werd
aangesproken.
Het journaal van die dagen werd gelezen door Fred Emmer,
en het nieuws ging over Juliana die Aruba bezocht en de bietenoogst in
Brabant.
Onze dochter gaat volgende week naar Thailand met haar vriend.
Haar tien of twaalfde vliegreis of zo. Op haar twintigste liet ze ons
nagelbijtend achter terwijl ze een maandje door Indonesië trok. Dat land
kende we van het Journaal van Sacha de boer. Van de vechtende moslims,
vrouwenhandelaars, kinderprostitutie, opgepakte drugskoeriers en smerige
gevangenissen waar je voor neuspeuteren al zes weken de bak in ging.
Oh
ja en niet te vergeten de vele overstromingen en malaria.
We lieten haar dus met een gerust hart vertrekken.
Volgende week gaat de reis naar Thailand.
Volgens blonde NOS Dione is dat land nog maar onlangs getroffen door
overstromingen.
Het is daar wel een stuk rustiger als in Indonesie. Op
de vechtende molisms, vrouwenhandelaars, kinderprostitutie, opgepakte
drugskoeriers en smerige gevangenissen na dan.
Neuspeuteren is er echter
toegestaan, maar op heftig hoesten staat de doodstraf. Voordeel is wel
dat ze er een uitstekend mobiel netwerk hebben. Daardoor is het nieuws
snel in Nederland en kunnen we in ieder geval de vakantie foto's op Internet zien.
We laten ze dus weer met een gerust hart vertrekken.
Het acht uur Journaal laten we ondanks de blonde Dione de komende weken
maar even voor wat het is. Op rtl is op het zelfde tijdstip "goede tijden
slechte tijden".
Thuisgekomen ving mijn vrouw me in de gang op.
"Ik hoop dat je nog niet al te veel honger hebt.."
Pim kookt.
De keuken is een ravage. Witte bloem zit op de hanglamp en alle
handgrepen.
"Pasta pap",klinkt het uit de keuken.
"Zelf gemaakte pasta."
Hij is al een uurtje bezig. Op het aanrecht liggen twee deegklodders te wachten om veranderd te worden tot spaghetti reepjes.
Ben je al aan de saus begonnen? Vraag ik achteloos.
Nee, zegt ie
geërgerd. Natuurlijk niet, eerst de pasta draaien. En hij frot een
deegklodder in de glimmende pasta machine. Het komt er aan het andere
eind in ruwweg dezelfde vorm weer uit.
We hebben ook nog kant en klaar hoor, zeg ik nog, maar ik wordt geërgerd de keuken uitgejaagd.
We luisteren naar de onheilspellende keukengeluiden en kijken
intussentijd naar masterchef op de televisie. Het programma wat
ongetwijfeld de inspiratie is voor onze maaltijd vanavond.
Na een half
uurtje komt de keukenprins met dampende borden spaghetti de keuken uit
gewandeld.
Spaghetti met roomsaus en snippers Parmezaanse kaas, zegt
ie. En hij veegt de rand van het bord met een servet schoon. Het is
heerlijk, perfect op smaak en er blijft geen sliertje over. In de keuken
is in tussentijd een vuile vaatbom ontploft. Maar gelukkig hebben we
daar een machine voor.
Op de televisie zijn de deelnemers aan het
worstelen met eendenborst en chocoladetaart.
Ga ik binnenkort ook maken,
zegt Pim.
En we besluiten unaniem onmiddelijk alle middelen ter
beschikking te stellen.
Kees Kont is de eigenaar van de plaatselijke
supermarkt.
Uiteraard heeft Kees niet voor deze achternaam gekozen, maar
deze is hem vanwege bepaalde proportionele lichamelijke kenmerken door
de dorpsinwoners als bijnaam meegegeven.
Nu is dit niets
vreemds, in het dorp waar ik woon worden deze je vaak al vanaf de
lagere school toegekend. Meestal slaan de namen op lichamelijke
kenmerken, zoals kaashandelaar "De neus", skinny biologische
groetenhandelaar "de Lat" of huisschilder "de vuurtoren heeft moeten
ervaren.
Hoe dan ook, Kees heeft zijn supermarkt verbouwd. Een nieuw
kaasschap is aangeschaft, verse broodjes worden zo nodig ter plekke
gebakken en de kassa's hebben nieuwe scanners gekregen.
In het dorp
wordt de plaatsing van een nieuwe lantaarnpaal, het begin van de lente,
of het vangen van een vis uitbundig gevierd dus ook de opening van de
verbouwde supermarkt werd een feestelijke gebeurtenis.
Het plein werd
versierd met kleurige ballonnen en vlaggetjes, en de plaatselijke
minstreel schetterde hard gezongen Frans Bauer covers over het met
muziekspeakers versterkte plein.
In de supermarkt kom ik de krasse
hoogbejaarde boerenknecht Nelis tegen. Hij vond het allemaal maar niks.
"Vroeger.." sprak hij " vroeger, vroeger als jongen stuurde mijn moeder
me met een gulden naar de winkel voor een boodschap.", "en.." spuugde
hij verder "en weet je, dan kwam ik terug met vijf aardappelen, twee
broden, drie flessen melk, een stuk kaas, een doos eieren en een doos
thee.".
Hij schud zijn hoofd. "Tegenwoordig... tegenwoordig kan dat
nergens meer..."
" Veels te veel beveiligingscamera's"
en hij loopt
schaterend van me weg.
Mijn oudste zoon zit op boogschieten.
Eén keer per week al
zo'n jaar of twee lang gaat hij donderdags met twee bogen en een serie pijlen
in op weg naar de schietclub.
Hij had het al eerder gevraagd maar vanavond ging ik eens mee om te kijken en mee te doen.
In de auto legde hij een aantal basis spelregels uit.
Pap je mag niet op de baan lopen als er geschoten wordt.
En niet
schieten als er mensen op de baan lopen.
Je mag niemand met een pijl
steken en niet door de ramen schieten.
En... graag op de daarvoor bestemde borden mikken.
Het ledenaantal slinkt zonder de hulp van jou schietkunsten ook
wel.
Op de schietclub ontfermt een slungelig jongen zich over mij.
Een handschoen en polsbeschermer wordt
aangemeten en Pim duwt een boog in mijn handen.
Wel eens eerder
geschoten vraagt de slungel?
Nee antwoord ik, nou ja toen ik 10 was met
pijlen met zuignapjes.
Je likte eerst aan het rode dopje en keek dan of
je het argeloze voorhoofd van je vader kon raken.
Dit is anders, zegt hij.
En de basis beginselen van de edele sport worden me uitgelegd.
Benen uit elkaar, ah natuurtalent, licht door de knieen, zooo, en pijl
over de linkerhand. Schiet je met je rechter of je linkeroog?.
Beide
antwoord ik.
Maar dat blijkt niet het juiste antwoord. Ik span de
boog. Rechteroog knikt hij inschattend terwijl ik aanleg en de pijl in
het centrum van het bord jaag.
Gelijk leg ik een tweede pijl aan. Er
wordt aan mijn schouder getrokken en de elleboog wordt gecorrigeerd en
een tweede pijl verdwijnt in het bord.
Naast ons in het zaaltje
oefent de plaatselijke bejaardenvereniging in het line dansen. De
country kweelt er lustig op los en naar ik begreep dreigt men nog wel
eens een verdwaald pijltje af te schieten in de richting van de met
rollator schuifelende oudjes.
Goed voor de bloedsomloop grijnst een
bouwvakker in gifgroen Robin Hood kostuum.
Een potige dame staat in
sneltreinvaart de ene pijl na de andere in de roos te schieten.
En achter me worden de kilokrachten, peessamenstelling en pijlpuntscherpte van pijl en boog besproken.
Wedstrijdje Pap? Grijnst mijn zoon.
En vervolgens versla ik hem drie keer achter elkaar.
Dat worden de komende weken zware weken voor hem.
Al jaren hangt er in onze kamer een kroonluchter.
Bij Frans Bauer, en in vele woonwagens hangt ook een kroonluchter.
En in Tilburg had onze buurvrouw die gek was op Oostenrijks porseleinen herderinnetjes en in stijl geknipte poedels ook een kroonluchter.
Kroonluchters zijn gemaakt van geslepen glas.
Gewoon omdat echte edelstenen voor gewone mensen niet te betalen zijn.
Een kroonluchter vind je vaak bij mensen die gek zijn op Swarofski
eekhoorntjes, porseleinen poesjes, zijden bloemen, tuinkabouters,
koekoeksklokken en Marijke Helwegen.
Je kunt als een Joost
Zwagerman enthousiast geleerd over de vormen, kleuren en beleving van
kroonluchters uitwijden, maar het is eigenlijk gewoon een prullamp met kraaltjes.
Natuurlijk heb ik als stijl-goeroe geprobeerd het ding het huis uit te krijgen.
Ik stond zelfs al eens dreigend met mijn koffers bij de deur.
Drie blij zwaaiende kinderen en een echtgenote die mij alle goeds toe wenste, deden me echter op mijn schreden terug keren.
En inmiddels ken ik mijn plaats.
Nu na zeven jaar lobbyen, smeergeld, en twee beloofde Playstations mag de bekraalde lamp eindelijk het huis uit.
Met satanisch genoegen zal ik daarom komend weekend het stof vretend
flikkerend geslepen glas monster losknippen, en afvoeren naar het
recyclecenter.
Daar heeft een blij bejaarde woonwagenbewoner er vast nog een mooi koopje aan.
Hou ik het bij de kek nieuw aangeschafte industriële lamp.
De snelheidsborden zijn adviessnelheden roep
ik nog, en gooi de fiat panda met 120 km per uur voorbij het bord 50 de
haarspeldbocht in. Flitspalen kennen ze hier niet en al die dagen geen
carabinieri gezien.
Wel een krans bloemen langs de weg
met in de diepte daarnaast een stipje van een zwaar gebutste auto. Een
fiat 500 passeert me en een nauwelijks ontweken bejaarde heft zijn vuist
met wandelstok in verwensing.
Beneden beukt de zee de rotsen tot kiezel
en een eenzame rothverbrande Duitser krabt zijn bierbuik vanaf een
gitzwarte handdoek. Pasta vraagt de ober. Si, gracie duoe . En ze zet
vast een glas bier neer.
Ergens
ver ver weg drijft een eenzaam wolkje in een hemelsblauwe lucht.
De
zwembroek moet zo aangetrokken voor een dagje hagelwit strand. En toch..
toch zie je dat ik weer de moeite genomen heb om aan alle mensen in
Nederland te denken die vandaag een gewone werkdag hebben.
Sterkte
allemaal
Ik woon tegenover een basisschool.
Op vaste tijden, op sein van de bel, worden de kinderen even vrij gelaten op het schoolplein.
Waar moeders vroeger elastiekten, en vaders tikkertje of iets onbesuisd deden met een bal.
Ik zie de juf een geschaafde knie troosten en veters strikken tot een krul.
Rijtjes hand aan hand lopen zingend naar de gym.
Moeders staan met kinderzitjes achterop fietsen te wachten.
Een enkele verdwaalde vader valt uit de toon.
Mam mag ik bij Astrid vandaag?
En moeder knikt en rijd zwaaiend met leeg zitje terug.
In het oude huis ver weg van de school hoefde ik nooit de kinderen op te halen.
Ik deed het slechts één enkele keer.
Waarna ik de schoonheid van de wachtende moeders roemde.
En de frisse gesprekken die ik met ze had.
Zukke leuke moedertjes, en knap van stuk met ranke lijven.
Daarna hoefde ik niet meer, want dat kon ze net zo gemakkelijk zelf.
Bleef ik thuis en zette thee.
Wachtend op klaterende verhalen en frisse kindertekeningen.