zaterdag 1 maart 2014

Buitenland

Toen ik zestien was ging ik met een vriend op een fietstocht naar Luxemburg.
Dit was naast het schoolreisje naar het drielandenpunt en het bezoek aan een frietkot in Belgisch Poppel mijn eerste buitenlandse reis. 

Beetje buitenlands dan, want we konden ons overal met onze Hollandse mond verstaanbaar maken. Ik herinner me vooral de vele plaatselijke pintjes en zware berg-etapes en het uitzicht bovenop de "bergen" dat in niets leek op het verre vlakke Nederland. 

Het echte buitenland kon je zien op mooie plaatjes op de televisie en in de verhalen van klasgenootjes die naar Tormelinos of Benidorm waren geweest met tent of caravan.

Ik was vijfentwintig toen ik voor het eerst in een vliegtuig stapte. Naar Portugal, waar ik in drie weken zo verkleurde dat ik teruggekomen als gastarbeider werd aangesproken. 

Het journaal van die dagen werd gelezen door Fred Emmer, en het nieuws ging over Juliana die Aruba bezocht en de bietenoogst in Brabant.
 

Onze dochter gaat volgende week naar Thailand met haar vriend.
Haar tien of twaalfde vliegreis of zo. Op haar twintigste liet ze ons nagelbijtend achter terwijl ze een maandje door Indonesië trok. Dat land kende we van het Journaal van Sacha de boer. Van de vechtende moslims, vrouwenhandelaars, kinderprostitutie, opgepakte drugskoeriers en smerige gevangenissen waar je voor neuspeuteren al zes weken de bak in ging. 


Oh ja en niet te vergeten de vele overstromingen en malaria.
 

We lieten haar dus met een gerust hart vertrekken.
 

Volgende week gaat de reis naar Thailand.
Volgens blonde NOS Dione is dat land nog maar onlangs getroffen door overstromingen. 


Het is daar wel een stuk rustiger als in Indonesie. Op de vechtende molisms, vrouwenhandelaars, kinderprostitutie, opgepakte drugskoeriers en smerige gevangenissen na dan. 
Neuspeuteren is er echter toegestaan, maar op heftig hoesten staat de doodstraf. Voordeel is wel dat ze er een uitstekend mobiel netwerk hebben. Daardoor is het nieuws snel in Nederland en kunnen we in ieder geval de vakantie foto's op Internet zien.

We laten ze dus weer met een gerust hart vertrekken.
Het acht uur Journaal laten we ondanks de blonde Dione de komende weken maar even voor wat het is. Op rtl is op het zelfde tijdstip "goede tijden slechte tijden".

Pasta di Pim

Thuisgekomen ving mijn vrouw me in de gang op.
"Ik hoop dat je nog niet al te veel honger hebt.."

Pim kookt.

De keuken is een ravage. Witte bloem zit op de hanglamp en alle handgrepen. 

"Pasta pap",klinkt het uit de keuken. 
"Zelf gemaakte pasta."
Hij is al een uurtje bezig. Op het aanrecht liggen twee deegklodders te wachten om veranderd te worden tot spaghetti reepjes.


Ben je al aan de saus begonnen? Vraag ik achteloos. 

Nee, zegt ie geërgerd. Natuurlijk niet, eerst de pasta draaien. En hij frot een deegklodder in de glimmende pasta machine. Het komt er aan het andere eind in ruwweg dezelfde vorm weer uit.
 

We hebben ook nog kant en klaar hoor, zeg ik nog, maar ik wordt geërgerd de keuken uitgejaagd.
We luisteren naar de onheilspellende keukengeluiden en kijken intussentijd naar masterchef op de televisie. Het programma wat ongetwijfeld de inspiratie is voor onze maaltijd vanavond. 

Na een half uurtje komt de keukenprins met dampende borden spaghetti de keuken uit gewandeld.
 

Spaghetti met roomsaus en snippers Parmezaanse kaas, zegt ie. En hij veegt de rand van het bord met een servet schoon. Het is heerlijk, perfect op smaak en er blijft geen sliertje over. In de keuken is in tussentijd een vuile vaatbom ontploft. Maar gelukkig hebben we daar een machine voor. 
Op de televisie zijn de deelnemers aan het worstelen met eendenborst en chocoladetaart. 
Ga ik binnenkort ook maken, zegt Pim.
En we besluiten unaniem onmiddelijk alle middelen ter beschikking te stellen.

Super

Kees Kont is de eigenaar van de plaatselijke supermarkt. 
Uiteraard heeft Kees niet voor deze achternaam gekozen, maar deze is hem vanwege bepaalde proportionele lichamelijke kenmerken door de dorpsinwoners als bijnaam meegegeven. 

Nu is dit niets vreemds, in het dorp waar ik woon worden deze je vaak al vanaf de lagere school toegekend. Meestal slaan de namen op lichamelijke kenmerken, zoals kaashandelaar "De neus", skinny biologische groetenhandelaar "de Lat" of huisschilder "de vuurtoren heeft moeten ervaren. 

Hoe dan ook, Kees heeft zijn supermarkt verbouwd. Een nieuw kaasschap is aangeschaft, verse broodjes worden zo nodig ter plekke gebakken en de kassa's hebben nieuwe scanners gekregen. 

In het dorp wordt de plaatsing van een nieuwe lantaarnpaal, het begin van de lente, of het vangen van een vis uitbundig gevierd dus ook de opening van de verbouwde supermarkt werd een feestelijke gebeurtenis. 
Het plein werd versierd met kleurige ballonnen en vlaggetjes, en de plaatselijke minstreel schetterde hard gezongen Frans Bauer covers over het met muziekspeakers versterkte plein. 

In de supermarkt kom ik de krasse hoogbejaarde boerenknecht Nelis tegen. Hij vond het allemaal maar niks. 
"Vroeger.." sprak hij " vroeger, vroeger als jongen stuurde mijn moeder me met een gulden naar de winkel voor een boodschap.", "en.." spuugde hij verder "en weet je, dan kwam ik terug met vijf aardappelen, twee broden, drie flessen melk, een stuk kaas, een doos eieren en een doos thee.".
Hij schud zijn hoofd. "Tegenwoordig... tegenwoordig kan dat nergens meer..." 

" Veels te veel beveiligingscamera's"
 en hij loopt schaterend van me weg.

R. Hood.

Mijn oudste zoon zit op boogschieten.
Eén keer per week al zo'n jaar of twee lang gaat hij donderdags met twee bogen en een serie pijlen in op weg naar de schietclub.

Hij had het al eerder gevraagd maar vanavond ging ik eens mee om te kijken en mee te doen. 
In de auto legde hij een aantal basis spelregels uit.
Pap je mag niet op de baan lopen als er geschoten wordt.
En niet schieten als er mensen op de baan lopen.

Je mag niemand met een pijl steken en niet door de ramen schieten.
En... graag op de daarvoor bestemde borden mikken. 
Het ledenaantal slinkt zonder de hulp van jou schietkunsten ook wel.

Op de schietclub ontfermt een slungelig jongen zich over mij. 

Een handschoen en polsbeschermer wordt aangemeten en Pim duwt een boog in mijn handen.
Wel eens eerder geschoten vraagt de slungel?

Nee antwoord ik, nou ja toen ik 10 was met pijlen met zuignapjes.
Je likte eerst aan het rode dopje en keek dan of je het argeloze voorhoofd van je vader kon raken.

Dit is anders, zegt hij.
En de basis beginselen van de edele sport worden me uitgelegd.
Benen uit elkaar, ah natuurtalent, licht door de knieen, zooo, en pijl over de linkerhand. Schiet je met je rechter of je linkeroog?.

Beide antwoord ik.
Maar dat blijkt niet het juiste antwoord. Ik span de boog. Rechteroog knikt hij inschattend terwijl ik aanleg en de pijl in het centrum van het bord jaag.
Gelijk leg ik een tweede pijl aan. Er wordt aan mijn schouder getrokken en de elleboog wordt gecorrigeerd en een tweede pijl verdwijnt in het bord.

Naast ons in het zaaltje oefent de plaatselijke bejaardenvereniging in het line dansen. De country kweelt er lustig op los en naar ik begreep dreigt men nog wel eens een verdwaald pijltje af te schieten in de richting van de met rollator schuifelende oudjes.
Goed voor de bloedsomloop grijnst een bouwvakker in gifgroen Robin Hood kostuum.


Een potige dame staat in sneltreinvaart de ene pijl na de andere in de roos te schieten.
En achter me worden de kilokrachten, peessamenstelling en pijlpuntscherpte van pijl en boog besproken.

Wedstrijdje Pap? Grijnst mijn zoon.
En vervolgens versla ik hem drie keer achter elkaar.

Dat worden de komende weken zware weken voor hem.

Kroonluchter

Al jaren hangt er in onze kamer een kroonluchter.

Bij Frans Bauer, en in vele woonwagens hangt ook een kroonluchter.
En in Tilburg had onze buurvrouw die gek was op Oostenrijks porseleinen herderinnetjes en in stijl geknipte poedels ook een kroonluchter.

Kroonluchters zijn gemaakt van geslepen glas.

Gewoon omdat echte edelstenen voor gewone mensen niet te betalen zijn.

Een kroonluchter vind je vaak bij mensen die gek zijn op Swarofski eekhoorntjes, porseleinen poesjes, zijden bloemen, tuinkabouters, koekoeksklokken en Marijke Helwegen.

Je kunt als een Joost Zwagerman enthousiast geleerd over de vormen, kleuren en beleving van kroonluchters uitwijden, maar het is eigenlijk gewoon een prullamp met kraaltjes.

Natuurlijk heb ik als stijl-goeroe geprobeerd het ding het huis uit te krijgen.
Ik stond zelfs al eens dreigend met mijn koffers bij de deur.

Drie blij zwaaiende kinderen en een echtgenote die mij alle goeds toe wenste, deden me echter op mijn schreden terug keren.
En inmiddels ken ik mijn plaats.

Nu na zeven jaar lobbyen, smeergeld, en twee beloofde Playstations mag de bekraalde lamp eindelijk het huis uit.

Met satanisch genoegen zal ik daarom komend weekend het stof vretend flikkerend geslepen glas monster losknippen, en afvoeren naar het recyclecenter.

Daar heeft een blij bejaarde woonwagenbewoner er vast nog een mooi koopje aan.
 

Hou ik het bij de kek nieuw aangeschafte industriële lamp.

Vakantietje

De snelheidsborden zijn adviessnelheden roep ik nog, en gooi de fiat panda met 120 km per uur voorbij het bord 50 de haarspeldbocht in. Flitspalen kennen ze hier niet en al die dagen geen carabinieri gezien. 

Wel een krans bloemen langs de weg met in de diepte daarnaast een stipje van een zwaar gebutste auto. Een fiat 500 passeert me en een nauwelijks ontweken bejaarde heft zijn vuist met wandelstok in verwensing. 

Beneden beukt de zee de rotsen tot kiezel en een eenzame rothverbrande Duitser krabt zijn bierbuik vanaf een gitzwarte handdoek. Pasta vraagt de ober. Si, gracie duoe . En ze zet vast een glas bier neer. 

Ergens ver ver weg drijft een eenzaam wolkje in een hemelsblauwe lucht. 
De zwembroek moet zo aangetrokken voor een dagje hagelwit strand. En toch.. toch zie je dat ik weer de moeite genomen heb om aan alle mensen in Nederland te denken die vandaag een gewone werkdag hebben.

 Sterkte allemaal

Schoolplein

Ik woon tegenover een basisschool.
Op vaste tijden, op sein van de bel, worden de kinderen even vrij gelaten op het schoolplein.
 

Waar moeders vroeger elastiekten, en vaders tikkertje of iets onbesuisd deden met een bal.
Ik zie de juf een geschaafde knie troosten en veters strikken tot een krul.
Rijtjes hand aan hand lopen zingend naar de gym.

Moeders staan met kinderzitjes achterop fietsen te wachten.
Een enkele verdwaalde vader valt uit de toon.
Mam mag ik bij Astrid vandaag? 

En moeder knikt en rijd zwaaiend met leeg zitje terug.

In het oude huis ver weg van de school hoefde ik nooit de kinderen op te halen.
Ik deed het slechts één enkele keer.
Waarna ik de schoonheid van de wachtende moeders roemde.
En de frisse gesprekken die ik met ze had.

Zukke leuke moedertjes, en knap van stuk met ranke lijven.
Daarna hoefde ik niet meer, want dat kon ze net zo gemakkelijk zelf.

Bleef ik thuis en zette thee.
Wachtend op klaterende verhalen en frisse kindertekeningen.